Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaraan ze zooiets vragen kon — deze man met den spotlach stond tusschen hen als het onoverkomelijke. Ze wilde nu maar afwachten, hoe alles gaan zou en dan handelen of ondergaan, al naar de dingen kwamen, en hqe. Ze schelde de keukenmeid, 't Was een heel ding: vijftien personen meer en 't moest toch goed zijn... Ze voelde zich heel eenzaam en onbeholpen, het alles maar over; alleen vroeg ze telefonisch de gouvernante van een vriendin als chaperonne.

Christy rende binnen: „Moeder, Van Weele is op Stenezaete; daar heeft hij gister niets van gezegd."

Daar was het weer in Magda als een verstijving. Ze kon niet hebben, dat Christy dien naam zei... Vooral nu niet. Nu scheen die naam den spotlach van dien man van straks te rechtvaardigen. Een paar maanden geleden had ze dien lach wel kunnen verdragen, zich voelend onaantastbaar na zoo lange jaren van volkomen afzondering. Maar nu wist en voelde ze wel, dat ze stond op een hellend vlak; bovenaan stond het strakke, starre, doode verleden der vele laatste jaren en onderaan wachtte die lach van hoon en verachting. En ze voelde zich glijden, zoo zeker en zeker en ze wist, als het leven zou komen tusschen haar en haar wenschen, ze deze wenschen toch gehad had.

Ze voelde als in een tweede zélf al haar oude

Sluiten