Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en nu, na zooveel jaren, na zoo'n eersten spontanen afkeer van VanWeele, voelde ze haar rede ondergaan in het hérleven van haar gevoel en alle lust tot strijden daartegen ontbrak. Ze gaf zich over, zooals een te zware bloemop ranken steng el gaarne moet ondergaan het buigen van dezen en het neerzinken in het ijle.

Christy liep af en aan. Ze had geen antwoord gekregen op haar aankondiging van Van Weele's tijdelijk buurschap; dus zweeg ze, een beetje stug en barsch overdenkend, hoe onredelijk en onrechtvaardig antipathie is en zachtjes overleggend, als in zoet complot met zichzelf, dat ze alles wel overwinnen zou, dat hij alles wel te niet zou doen; immers hij was, die hij was en zooals hij was en eens moest hij winnen, dat geloofde ze. Magda verzonk in gedachten, zóó, dat alles te niet gedaan scheen, dat ze zich niets bewust was, niet ééns haar eigen gedachten, die te veel en te indringend waren en te fel.

En Christy ging rustig van de eene vaas naar de andere, schikte een bloem hier, nam er eene weg daar. In haar was zon en vreugde: immers ze wist hem zoo na en ze wist, dat alles tusschen hen nu zoo was voor altijd. En natuurlijk zou hij komen—zoo straks misschien — of vanavond. Komen zou hij. In haar vreugde wilde ze bevestiging.

„Moeder, denkt u dat Van Weele ons gauw

Sluiten