Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI

NU was het dan toch gebeurd; Magda kon het nog niet gelooven. En toch was er nu ruim een week al overheen. Alles was nu alweer opgenomen in de levensgewoonten. Den dag na het souper had Van Weele zijn aanzoek gedaan en Magda had het aangehoord, als verwezen. Had ze haar toestemming gegeven? Ze wist er nu niets meer van. Ze herinnerde zich alleen nog Christy's vroohjke stem: „Nu moet je mama een kus geven" en toen Van Weele's lippen op haar voorhoofd. Een vreeselijke hoofdpijn was gevolgd — een hoofdpijn, die alle denken onmogelijk maakte — en nu al dagen lang niets. Geen enkel gevoel. Ze zag de dingen gebeuren — maar beleefde ze niet. Ze onderging alles en gaf er zich geen rekenschap van, hoe alles zich vernield onderling en in betrekking tot haar. Van Weele kwam en ging, ze voelde zijn gloeiende hppen soms even ophaarvoorhoofd, dan begon het soezen weer. Soms was het als een knettering in haar hoofd, als knapte er iets, achter in haar schedel. Dan overdacht ze: „Hè, zou 't nu uit zijn, zou mijn denken nu voor goed afgebroken zijn?" Maar verder kwam ze niet. Alle logisch verband tusschen oorzaak en gevolg had opgehouden te bestaan. Ze zou 's avonds niet hebben kunnen zeggen, wat ze den heelen dag had gedaan. Toch

Sluiten