Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoten jas deed hij weer aan. Hij ging dan maar. Een deur ging open en een oudachtige dame zei: „Mijnheer VanWeele, er is een jonge dame voor u geweest. Ze wilde uw kamer ziert, stelde zich voor als uw verloofde en ze het een briefje achter." VanWeele hoorde de laatste woorden, toen hij al boven was. Drie bij drie was hij de treden opgevlogen. t „

„Et pourtant le ciel est bleu, puisque je t aime. Hij viel neer in de fauteuil en, 't hoofd in dehanden, snikte hij als een kind. Hij was zich nu bewust van iets heel warms en heel moois, dat in hem groeide en door zijn tranen heen noemde hij haar naam: „Christy, o, Christy!"

Dat was dan toch gebeurd, dat groote wonder. Één vrouw was er tegen opgewassen, was niet bang, ging niet uit den weg. Eén vrouw bemoedigde hem, dacht niet aan eigen teleurstelling en die vrouw was zijn meisje.

Het woord hinderde hem nu. Een „meisje", dat was zooiets veraf's nog en tusschen hen was nu toch gekomen het allerintiemste van zijn leven en dat had zij tot zich genomen als een deel van hem, dat ze nam als een onvermijdelijken en onveranderbaren kant van hem.

Hij wilde haar schrijven, haar zeggen, wat dit alles in hem gedaan had... Neen, er heen gaan, nu, dadelijk. Misschien was dit maar een lief woord.

Sluiten