Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij nam haar in zijn armen en kuste haar lang. „Ben je geschrokken vanmiddag?" vroeg hij

eindelijk. * . ,

„Geschrokken niet, neen... ik geloof niet. t Was

vreemd en nieuw, maar ik heb zoo'n groot vertrouwen in je; dat wist ik wel, dat je het niet zoo meenen zou op den duur."

„Liefste, liefste," zei hij.

,Ik heb er moeder ook maar mets van gezegd. Die was allicht ongerust geworden. En wat helpt het? We moeten ze toch samen bevechten, die booze zwarte dieren met hun ingedoken ruggen en met hun booze oogen..." . 'j'' m

„Wat zeg je? Hoe weet jij dat? Christy, kind, wat weet jij daarvan?"

„O," zei ze, „dat voel ik zoo goed, hoe het is. Maar ik heb ze verjaagd, hè?"

Hij nam haar hoofd in zijn handen en, zijn oogen in de hare, fcei hij: „Misschien wel voor altijd. Weet je, dat ergens in den Bijbel staat: „Vrouw, uw geloof heeft u behouden"? Nu, jouw geloot heeft mij behouden." .

Christy ging naar de tafel en op een heel smal strookje papier schreef ze: „Puis qu'eüe avait chas-

sé les bêtes aux échines courbées, la clarte fut en eux.'' Ze vouwde het heel klein, trok uit haarblouse een medaljön en deed het papiertje er in. «Daar,, zei ze, „draag dat nu bij je, maarnunietlezen, hoor 1

Sluiten