Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was zoo vreemd verteederd als toen hij, klein jongetje, eens moeders breikous had mogen vasthouden. Zoowaren er een paar herinneringen in zijn leven van zoete, geurige teederheid. Moeders breikous en eens een avond vol muziek, toen 't meisje van de werkvrouw binnen had mogen komen. Ze was een klein meisje geweest met blond haar en blauwe oogen en hij had erg lief gedaan, omdat moeder gezegd had, dat 't een arm meisje was, dat niet veel plezier had in haar leven. Hij had haar alles gegeven van eigen speelgoed en lekkers en achter een grooten palm had 't meisje hem toen gezoend. Hij had zich voelen blozen en warm worden en even was hij bang geweest, dat hij smelten zou, zooals de kaarsjes aan den kerstboom doen.

Blozen deed hij nu niet en hij geloofde ook niet te zullen smelten —«maar toch was alles als toen en hij was zacht en week en de tranen kwamen hem bijna in de oogen.

Van Weele, de Don Juan, nam 't platte gouden medaljon in de hand, kuste het en deed het om.

„Dat is voor altijd," zei hij, „wat ook gebeurt, dit uur is zóó mooi geweest, dat ik de herinnering er aan bewaren wil."

Nu kwam de toast met de poached eggs en nu lachte Christy haar gouden lach om alles en nóg wat. Geen woord sprak ze meer over het gebeurde

Sluiten