Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen net zoo geklonken en ze had toen óók dat gewild.

Ergens op de wereld liep een man rond met de herinnering daaraan — misschien verborgen in zijn diepste zelf — misschien zoo diep verborgen, dat hij die nooit meer herkende aan de oppervlakte... maar ze was er. „Kehr ein bei mir und schliesse Du, Still hinter dir die Pforte zu". Dat miste ze nu. Dat vond ze nu nooit meer: de rustige tweezaamheid met een ander wezen.

Magda leed — zwaar — eenzaam leed, maar geen tranen kwamen. Die kwamen nu nooit meer. Als 't leed 't zwaarst was, knapte iets in haar hoofd; dan hield alle denken op en soesde ze weg in vage grauwheid, waar niets meer te bekennen was.

Van Weele zag naar Christy. Hem was dit alles als een openbaring. Dit was geen extase, dit was zoete dwang en sterke zelfzekerheid, waarmee ze zong: „Kehr ein bei mir und schliesse Du, Still hinter dir die Pforte zu."

Hij voelde zich als opgenomen door haar vasten wil en veilig in haar zekerheid.

Toen het uit was, zeiden ze beiden niets. Zij bladerde in haar muziek en hij keek naar een houtsnee, het portret van Van Loo, aan den wand. Toen was alles weer gewoon en praatten ze over de boodschappen voor den volgenden dag. Ze moest zorgen voor haar bruidsjapon en voor hoe-

Sluiten