Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afzondering.

En daarna was haar opgevallen Van Weele's zeldzame bleekheid en de afwezigheidsuitdrukking in zijn oogen. Hoe het toen gekomen was, dat zij samen waren, een oogenblik uit Christy's bereik; er moest zooiets zijn als een God of een Fatum, dat op dien dag, dat heel haar vorig leven door Christy's overgave aan één man onnut bleek, haar ook nog de oogen opende voor den afschuwelijken afgrond, waarboven zij endetweeanderenzweefden.

Van Weele had niet veel gezegd. Met zijn verwezen oogen, die zij nog niet van hem kende, had hij haar.aangezien: „Nietwaar, Magda?" Het was voor 't eerst, dat hij haar naam noemde en nu, na hettrouwen.hinderdehaardat. „Nietwaar, Magda, het is alles een vergissing." Ze had daar gestaan en geprobeerd in zijn oogen en op zijn gelaat te lezen, wat hij bedoelde, in haar krankzinnig begeeren de bewust-zondige hoop, dat hij zou zeggen haar toch meer te heven dan haar kind. Vastbesloten toch hem meedoogenloos af te stooten, tevreden te mogen verder leven met de herinnering aan zijn bekentenis. Maar er was niets in zijn oogen en er was niets op zijn gezicht. De stoere, sterke Van Weele stond daar met afhangende schouders als een geslagen man.

„Wat meen je?" zei Magda. Hij antwoordde niet, maar, de armen slap langs het hjf hangend,

Sluiten