Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na langer of korter tijd. En dan irriteerde hem haar kinderlijke blijmoedigheid, zooals hem eens een vaas gehinderd had in Coquille d'oeuf, die hij nooit had kunnen zien, zonder te voorvoelen zijn ellende om 't zekere weten, dat hij die eens breken zou. Met die vaas had hij korte metten gemaakt en ééns, in een erge angstbui, haar onder zijn voet vertrapt. Hij had geen spijt gehad en nooit had hij van die vaas zóó genoten als op 't oogenblik, dat de fijne scherven knersten onder zijn voet. Als hij Christy nu met één stoot daar in de Aar mocht gooien!

Maar Christy was een mensch en menschen mag je lang martelen, moet je wel martelen, al doet dat je zelf helsche pijnen aan. Zijn hand op haar schouder verstijfde onder zijn zieke denken tot vaster greep. Hij voelde haar hchaam met een paar ingehouden spiertrekkingen tóch in verweer.

Toen overviel hem een bijna duivelsche lust tot pijnigen.

Als hij haar dat nu eens zei, alles wat nu in hem was. Dan vernielde hij alles ineens, dan bleef er niets over van het ideaal, dat dit kind om hem opgebouwd had en waarvan een deel wel was, zoo niet zijn ware wezen, dan toch wél het wezen, dat hij zijn wilde. Hij verwonderde zich over zijn meelij met haar.

„Ben je nu gelukkig, Christy?"

„Natuurlijk! En jij dan?"

Sluiten