Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen", zei hij hard, „ik ben te verstandig om in geluk te gelooven."

Ze schrok zichtbaar. „Meen je dat?" „Natuurlijk."

In zijn oogen zocht ze de glansloosheid, die deze hadden tijdens de bekende aanvallen. Maar hij was nu goed en als in gewone tijden.

„Je plaagt me, niet?"

„Waarom? Kan jij ook al de dingen niet zien, zooals ze zijn? Heb je ook al zoo'n beetje valschheid noodig om je leven dragelijk te maken?"

„Wat scheelt je?" Nu was ze inderdaad verschrikt. „Zóó kende ik je niet. Wat is er?"

„Niets is er. Je ziet me voor 't eerst eens, zooals ik ben en niet als het wezen, dat jij uit me maken wilde."

Ze zei nu niets meer. Ze keek naar de verre bergen, maar zonder zien. Bang werd ze nu. Wat wilde hij toch? Was ze dan niet voor hem, wat ze gedacht had? Ze sloeg haar armen om zijn hals en bracht haar mond aan zijn oor en fluisterde: „Ben ik dan niets voor je?" Hij stootte haar van zich af en zei korzelig en kort: „Doe nu niet sentimenteel. Natuurlijk ben je wel iets voor me. Maar anderen zijn ook nog iets, heel veel zelfs. Je dacht toch niet alles te zijn voor me! Dat kan niet, weet je." Hij wond zich nu op in verdediging tegen een denkbeeldigen vijand. Dacht nu niet meer aan Christy, of aan wat

Sluiten