Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die eens voor hem was. Hij merkte ook niet haar hulpelooze verslagenheid. Hij moest nu doorgaan: „Dat kan, als je twintig bent, maar je wist, wie ik was en je wist ook, dat vóór jou anderen mijn leven gevuld hebben."

„Konden die dat dan wel?"

„Hè, toe, val nu niet over een woord. Ja en neen. Voor een deel, ja. Voor een heel groot deel soms, maar er blijft altijd in me een stuk, dat niemand afdekken kan, in mijn diepste zelf blijf ik alleen en eenzaam."

Christy was te jong om dit te begrijpen. Ze voelde alleen, dat hier iets ontzettends gebeurde. Hier ontglipte haar iets, dat ze gemeend had te hebben, hier ontviel haar dat, wat zij in hem het meest waardeerde: dat wonderlijke zelf, dat geen andere had weten vast te houden en dat zij gemeend had te kunnen bewaren mèt hem.

In haar wanhoop vond ze maar één kreet:

"vfeVe'liCVe't0e'zeg dat met' ^ is uit" „Nu geen comedie, toe", zei hij hard, „nu kan

pas alles beginnen misschien. Ik ben heusch geen

verliefde jongen meer en wat je van mij wil, is het

onmogelijke".

„Maar ik ben toch je vrouw!"

„Nu ja. En dan? Je bent mevrouw Van Weele, maar dat beteekent toch niet, dat je je eigen pérsoonhjkheid afgelegd hebt, of de mijne opgeslokt.

Sluiten