Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXI

EEN maand later kwam een lustig troepje van de Rocher de Naye naar beneden. In Caux, waar ze de funiculaire zouden nemen, was het gedrang enorm. Met ski's en sleden haastten de toeristen zich in de al bijna volle wagens. Christy, Van Weele en hun groepje besloten, ten einde raad, dan maar in het Palace-hotel boven te eten en naar beneden te gaan, later als de touristen weg waren. Bij Van Weele en Christy hadden zich aangesloten Betty Schennema, een jonge Engelschman, twee Haagsche freuletjes en een nichtje van Van Weele, waarmee hij de verwantschap eerst op deze reis ontdekt had.

Rosey Dolhain was een mooi meisje van drieen-twintig jaar. Een vreemde exotische bloem leek ze, een tubéreuse: haar mat witte tint, egaal van kleur, slechts even aangesterkt, waar ze overging in de flauwe lijn der zeer smalle, bloedelooze hopen, die bijna altijd de blauwig witte tanden verborgen hielden. In dit angstig bleeke gezicht een paar groote, zwarte oogen, omkranst met twee rijen sterk ingeplante, krullende wimpers, onderlijn vormend voor de volmaakte halve boog van nog zwarter wenkbrauwen. Het blauwzwarte, zwaar golvende haar, ingeplant als een Maria-Stuartkapje verhoogde in zijn zware valling om slapen en ooren

Sluiten