Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog het melkig wit der huid. Ze was een van die meisjes, die doen denken aan tropische nachten, opium of teekeningen van De Nerée tot Babberich of Aubrey Beardsly. Slank, tenger, fragiel, meestal somber en ietwat exotisch gekleed, was ze voor veel mannen een groote attractie, verhoogd door het feit van een permanent zwijgen, dat superioriteit vermoeden deed. Christy had al vanaf de eerste kennismaking een afkeer voor haar gevoeld. De manier, waarop Rosey met mannen omsprong, hun bewondering nemend als iets, dat haar van rechtswege toekwam, hen behandelend als kwajongens, die voor een glimlach tot alles bereid moesten zijn, had Christy meer dan gehinderd. Wel had ze zich moeite gegeven, haar antipathie te overwinnen; ten eerste om Rosey's verwantschap met Van Weele en verder om het pleizier, dat haar gezelschap dezen schenen te geven. Maar iedere toenadering van haar kant was toch telkens weer afgestooten op het koele enigmatieke lachje van Rosey Dolhain. Op de Rocher de Naye had Betty Christy even apart genomen en gezegd: „Ik vind het met zoo erg prettig, dat we nu.dat meisje Dolhain ook al op sleeptouw hebben; waar ze komt brengt ze ongemoedehjkheid mee door haar verregaande flirt en haar opzichtige verwaarloozing der vrouwen."Christy had toen even gelachen. „Och.Betty, Moeder heeft me altijd gezegd, dat jij niet roddelde

Sluiten