Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lichten gedoofd te zijn, want de straks nog verlichte terrassen lagen nu in grauwe somberteboven het meer. Opeens schrok Christy terug. Beneden op den promenoir had ze een groepje herkend. De freuletjes, kakelend voorop, aan beide kanten geflankeerd door haar Haagsche vrienden, Betty en den Engelschman en daarachter Van Weele en Rosey Dolhain. Van Weele had zijn arm door dien van Rosey gestoken, hun hoofden waren dicht bijeen en ze schenen intiem te praten. Christy voelde haar jalouzie als scherpe snijding. Ze trachtte te reageeren. Ze wilde bedenken, dat Rosey en VanWeele nicht en neef waren, dat die verwantschap hun beiden recht gaf op meer intimiteit, maar het hielp haar niets. Ze keek het groepje na tot het om den hoek verdween. Toen ging ze binnen, gooide haar mantel af en wierp zich op haar bed. Zoo vond VanWeele haar, toen hij drie uur later eindelijk boven kwam. Even bij het zien van dit slapende kind met de rood geweende oogen, voelde hij iets als berouw, maar het goede in zichzelf direct onderdrukkend, lachte hij schampertjes voor zich heen en fluisterde: „Ga je met kinderen uit, dan kom je met kinderen thuis. Oppassen, Van Weele, anders word je aan banden gelegd. Hij kleedde zich langzaam uit en wilde juist in bed stappen, toen hij op de tafel Magda's brief zag. Hij nam hem op en betrapte zich op buitengewone

Sluiten