Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ach", zei ze, „hoe mal. Als jij zooiets doet, ga ik naar het meiske toe en zeg: „Och, juffrouw, weest u nu verstandig: deze meneer heeft dat al zoo vaak gehad, 't gaat wel weer over, hoor! Gaat u gerust naar huis."

VanWeele keek haar even, stom van verbazing, aan. „Gaat Christy in opstand?" Hij keek in den spiegel, groette den bekenden Van Weele en glunderde tevreden: Hij zou dat varkentje wel wasschen. Och, kom, hij had er wel anderen gekend; dan zou dat niet lukken met zoo'n gewoon blond kindje? In zijn overmoed ging hij naar het bed en kuste Christy bijna innig.

„Zoo, zou jij dat doen? Lieve kind, als ik zoo van een ander zou houden, dat ik er jou verdriet om kon doen, dan zou ik heusch die ander wel weten te beschermen. Bovendien: een man verlaat alléén een vrouw, die hem met boeit — dus..." Dan floot hij weer: „Du, du liegst mir im Herzen!" Een half uur daarna, met 'n luchtigen kus, was Van Weele weg. Buiten hoorde Christy Rosey Dolhain lachen en van Weele's mooie, soepele stem, die tot haar opklonk, had den overwinnaarsklank, dien ze kende van vroeger.

Sluiten