Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n'aime pas ceux qui parient de la corde dans la maison du pendu. , En Maldoror zijn we allen. Oh, niet inderdaad — daarvoor zijn we te laf, maar in aanleg. En daarvoor al schamen we ons." _ '

Christy keek stil voor zich heen. Ze hield vroeger zooveel van die overmoedige buien van Van Weele; nu hinderde het haar en ze was niet helderziend genoeg om te begrijpen, dat het haar alleen hinderde, omdat zijn verve nu niet alleen naar haar uitging, niet alleen haar bijval ten doel had.

„Dat is zoowat het wreedste boek, dat ik ooit gelezen heb," zei Magda. „Ellendig! Zoo gewild en doorgevoerd wreed."

,11 leest alles, Mama?Mijn compliment! Ie denken, dat uw slanke, blanke handen dat boek houden; — passons — we leven in 1915. „Is het dan zóó erg?" vroeg Christy. VanWeele lachte. „Erg? Erg? Over een zekere grens heen, is er niets ergs meer. Erg? Wat. menschenhersens kunnen bedenken, is menschehjk. ls het mogelijk, dat iets menschelijks voor menschen erg is? Lees jij het maar. Alleen: je zal er niet veel van snappen."

Christy voelde zich beleedigd, onaangenaam aangedaan. Niets was er meer in Van Weele van den galanten man, dien ze gekend had. Hij was nu een „getrouwd" man. Als een andere ... tin alle

Sluiten