Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VanWeele liet zien in zijn stoel terug vallen en dacht even na; toen opeens viel hij uit, bits en vijandig:

„Goed dan, als 't hard tegen hard wordt, dan is er ook niets voor om je nog langer te sparen. Rosey wacht me in Chillon.

Christy wist, vreesde en vermoedde dit; toch: het zoo te hooren zeggen, als een wreede waarheid, deed haar even terugdeinzen. Zij herstelde zich dadelijk en zei kalm: „Dat wilde ikmaar weten. Dus je zet het voort? Dan zal ik Rosey's familie inlichten. Met mijn medeweten zal geen familie tot schande en misère gebracht worden. Kom, Mama, zit u daar niet zoo verwezen. Ik heb heusch geen verdriet. LI kent mij niet. U niet en hij niét. Ik kan alleen verdriet hebben om mooie dingen, die verloren gaan. Dit is nooit mooi geweest. In mij was het mooi, omdat ik jong was en enthousiast en geloofde. Nu is het inzicht gekomen :-dan is er geen verdriet meer. Alleen ik blijf mevrouw Van Weele ... eens en vooral."

Ze stond daar zoo vastbesloten, hard en koud, dat Magda bijna meelij kreeg met Van Weele, die nu stil geworden was en, 't hoofd gebogen, scheen na te denken. Hij begreep nu wel den strengen ernst van deze vrouwen hij doorvoelde insubconscientie wel, wat er in een paar dagen geleden moest zijn om dit uit te werken in dit vroeger zoo zonnige

Sluiten