Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jenieteensteunzijn.moetjemettrachtentehelpen?"

„Als er liefde was, Moeder, ja. Maar niet zoo. Laat Rosey Dolhain dan ook maar de zorg op zich nemen."

„Christy, ik ben wel door erger gegaan, kind — en zonder liefde. ]e hebt Van Weele toch liefgehad; dat kan niet weg zijn, niet zoo gauw."

„Toe, Moeder, vraag er niet naar. Of neen: laten we er wel over spreken."

„Nu niet, kind, nu moet je naar je man gaan en helpen. Wij vrouwen hebben plichten, die we nu eenmaal niet van ons afschuiven mogen. Christy, wees moedig en ga nu."

„Neen, Moeder. En 't is geen koppigheid, dat moet u weten, maar ik wil, dat hij aan den lij ve zijn theorieën voelt. Geen sentimentaliteit? Goed! Ik ga niet, ik denk er niet over. En hefde, Moeder? Ik weet niet. Misschien was ik te jong, misschien heb ik te veel verwacht en was daarom de slag zoo hard, maar hefde heb ik voor hem niet meer. 'tls nu niet meer mooi, wat ik voel. Verdriet heb ik nu om de vernedering en de vergissing en jaloersch ben ik, omdat in mij het „mijn en dijn" zoo sterk spreekt en ik wil niet toegeven, dat iemand mij iets ontnemen kan. Maar dat is ook alles."

„Dan heb je hem nooit liefgehad!"

Christy stond daar even onbewogen als voorheen.

Sluiten