Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meed hij de eenzaamheid als -dat, wat hij 't meest vreesde en omdat Christy zich van hem keerde, zocht hij in die momenten Magda.

Tusschen de moeder en Christy was allengs een verkoeling ontstaan, omdat Magda met goedkeuren kon de berekende koelheid van Christy; en groot was Magda's meelijden met Van Weele, in wien ze zag, als in zichzelf, den ontzettenden strijd tusschen goed en kwaad.

In zulke, voor Van Weele buitengewoon sombere dagen, voelde hij Magda als een anker, klemde hij zich aan haar vast als aan een laatste redding. Als hij zoo bij haar zat en luisterde naar haar stem, die voor hem las, dan walgde hij van zijn andere zélf, dan verlangde hij dit en dit alleen, bij deze vrouw te mogen zijn, stil en rustig, aan haar voeten te mogen zitten en te luisteren naar haar stem.

Er was nu iets heel fijns tusschen hen beiden, iets, waar ze niet over spreken durfden, zoo teer en broos was het, maar waar ze altijd weer naar verlangden, als ze niet samen waren. Dat duurde telkens eenige weken, dan verdween Van Weele weer in een baloorige bui en bleef soms twee, drie maanden weg.

Zóó ging het eenige jaren, met steeds korter wordende tusschenpoozen, tot plotseling Van Weele niet meer wegging.

Magda en Christy verwonderden zich over zijn

Sluiten