Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Magda, er moet iets gebeuren. Voel je wel? We leven als man en vrouw en onder een dak — en toch zijn we nog vreemden. Christy moet scheiden : 't was alles een afschuwelijke vergissing. Toen in Brussel wist ik het al, dat jij het was — maar ik wilde mezelf niet gelooven enredeneerde van jeugd en zoo; je was zooveel ouder dan ik. „Van Weele, kom tot bezinning." „Maar jij hebt me ook lief, zeg het dan» zeg het dan toch..."

„Ik weet het niet. Neen, liefhebben niet. Lierhebben is achten. Ik acht je niet, dat niet. Meelij heb ik met je en ik onderga je charme. Maar ik weet, wat jij voelt. Je verbeeldt je nu, dat ik je redden kan, je verbeeldt je nu, dat 't inzicht gekomen is in 't leven dat achter je ligt."

„Magda, er bestaat berouw! En denk eens, wat een leven ik had. Ik houd van jou! Ik was weken bij je ~ en dan ineens, als ik het niet meer uit kon houden, ach, je weet het wel. Maar dat zweer ik je: van al wat na mijn trouwen gebeurd is, heb ik nooit gedacht, dat 't iets anders was dan physieke drang. Die freule, met haar mandoline en caféchantant-hedjes,ikhebhaargehaaten verafschuwd, zooals ik dat bijna alle vrouwen gedaan heb, omdat ze me noodzaakten voor den omgang met haar een deel van mezelf uit te sluiten. Maar jij, Magda, jij temt me en bij jou kan ik leven en denken en vol

Sluiten