Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ZONNESPECTRUM.

Ik hield een prisma in de hand

En wierp een schijnsel op den wand,

Dat, schoon het zonlicht, doorgaans wit,

Uit zijnen aard geen kleur bezit,

Zoo velerhande kleuren droeg,

Dat ik mijzelve, peinzend, vroeg,

Hoe toch dit klaar, doorschijnend glas,

Dat zelf volkomen kleurloos was,

Al deze kleuren scheppen kon

En halen uit het licht der zon.

Het licht, dat door dit prisma viel, Werd mij het beeld van mijne ziel, Die eveneens een prisma vond, Waardoor zij hare stralen zond, Een glas, waarmee ik heb gespeeld, En dat haar wezen dus verdeeld En dus gekleurd heeft en getint, Dat zij maar nauw zichzelf hervindt In 't spel van dezen regenboog, Die zoo veelkleurig is voor 't oog.

Sluiten