Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En in mijn wanhoop om dien waan Heb ik mijn oogen dichtgedaan, Heb ik gebeden: „Trein, sta stil!" Met al de hartstocht van mijn wil Maar, wat ik smeekte, deed of dacht, Ik heb hem niet tot staan gebracht.

Wie iets zoo zeker weet en vast, • Dat hij het haast met handen tast, Het voor zijn oog gebeuren ziet, En dan bedenkt: het is zoo niet, Die voelt zich zeer bedroefd en moe, Die twijfelt aan het of en hoe, Die wanhoopt aan het al of niet Van alle dingen, die hij ziet, Die is op 't eind de zekerheid Van alle zijn en niet zijn kwijt.

Dien morgen sprak ik op mijn reis Tot mijne ziel op deze wijs: „De domheid, die ik straks beging, Was, dat ik aan een vlottend ding, Dat zelf geen rust of vastheid had, Der dingen rust en vastheid mat. Dus zoek, indien gij twijfelt aan Uw eigen vastheid of bestaan, Te midden van wat vloeit en vlot, Mijn ziel, uw zekerheid in God, Het eenig, eeuwig vaste punt, Waar gij den blik op richten kunt."

Sluiten