Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wouter (zuchtend.)

Als ik de bruigom ben, ja, wanneer zal dat wezen. Om te trouwen moet je met z'n tweën zijn.

Triene.

Zoodra je zelf maar wilt, domme jongen. Je kunt er toch genoeg krijgen. Jij, de eenige zoon van den rijken boer Heuvelman.

Wouter (bitter.) Om m'n geld, ja, vleiende veronderstellingen.

Triene (lachend.) Kom, kom, je weet wel, dat je er nog zoo kwaad niet uit ziet, oude jongen. Je hebt maar te kiezen uit al de meisjes van het dorp, die wat graag boerin op »Welgelegen« willen worden, {zingend/: Jeane, Jeanette en Jeanetton,

Alle zoo mooi, zoo lief en aardig. Wist ik maar wie ik kiezen kon: Jeane, Jeannette of Jeannetton.

Wtouter (valt haar in de rede.) Houdt op, wat kan mij de meisjes hier schelen. Triene.

Wat een ongelikte beer ben je toch, er zijn wat lieve gezichten bij. Daar heb je nou Lena en Beth en Juultje.

Wouter (grijpt haar hand). Je weet heel goed Triene, kleine heks, met jou geplaag, dat Lena, Beth en Juleke me onverschillig zijn. Wel zeker, aardig en knap vind ik ze en ik hoop dat ze goede mannen zullen krijgen, alle drie. Maar voor mij bestaat op de neele wereld maar één meisje en dat is Trieneke van den molenaar.

Sluiten