Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Martha.

Ja zeker, de zaken gingen steeds voor den wind. Voor ziekte en rampen bleven we gespaard en wat 'n vreugde beleven we van onze kinderen, hé vader?

Rubert.

Mijnheer Pastoor zei, toen we de kleine Greta als ons dochtertje aannamen: «Daarmede doen jelui een' Gode welgevallig werk, door je het lot van die arme wees aan te trekken. Zegen zal er rusten op je kinderen, je arbeid en je huis.

Martha.

En die goede mijnheer Pastoor heeft gelijk gehad. (drukt haar mans hand). Zijn we niet bevoorrecht boven velen?

Triene (lachend). Kijk! kijk me zoo'n paar tortelduifjes ereis aan.

Rubert (rookend). Ja kleintje, plaag jij ons maar.

Martha.

Kind, staan de glazen nog niet klaar? En de wijn? Triene.

Zoo met een. (krijgt uit het hoekkastje een blad met wijnglazen). Ziet U moeder, ik heb om alles gedacht.

Wouter (lachend).

Hoor me zoo'n aanstaand huismoedertje eens aan. »Ik heb aan alles gedacht.»

Sluiten