Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(In de deur verschijnt Geert, de kaartenkol, een oud gebogen vrouwtje, zeer armoedig gekleed. Ze heeft iets loerends in haar blik, een grooten neus, en tranige oogen, spreekt sleepend en zeer vleierig, ze heeft een mandje bij zich.)

Geert (zeer vrijpostig op vorschen toon.)

Ik zeg goeden raiddag baas en vrouw Rubert. Gezegenden dag. Goeden middag jongelui. Neemt uwes me niet kwalek vrouw Rubert, dat ik hier zoo brutaal aantik, maar er was geen volk in heel het achterhuis te zien én toen dacht ik

Rubert (lachend). Zoeken tot ik wat vind, hé Geert! De brutalen hebben de halve wereld.

Geert (ziet loerend naar de tafel, waarop alles gereed staat.)

Och, ziet u. Ik dacht: misschien kan ik die goede vrouw Rubert nog wat verkoopen: garen, sajet of band, en voor de jonge dochter heb ik fijne boezelaars, o zoo mooi, met lint en kant geborduurd.

Martha (lachend.)

Neen, Geertemoei, vandaag doen we geen zaken. Je weet toch, dat onze Greta en Jules bruid en bruidegom worden? Ze zullen wel zoo hier zijn.

Geert (kruiperig). O, dat 's waar ook, hoe kan een mensch toch zoo vergeetachtig zijn. Ja, zoo gaat het, als je oud wordt, dan laat je geheugen je in den steek. Ik feliciteer

Sluiten