Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zesde Tooneel.

Rubert (vroolijk verrast). Mijnheer de Pastoor, U?

Pastoor.

Kinderen, het spijt me, dat ik het moet wezen, die jullie de vreeselijke tijding brengt. (Men hoort de dorpsklok luiden, allen ontstellen hevig.)

Martha (ongerust).

Wat is er dan mijnheer de pastoor?

Rubert.

U is ontdaan! Geef mijnheer de Pastoor een glas wijn, Martha.

Pastoor (afwijzend).

Neen, neen! Geen wijn! Een glas water als je dat hebt, daarmee kun je me wel dienen. (Triene schenkt een glas water in en geeft het den pastoor. Van buiten hoort men boven het klokgelui uit, mensehenstemmen.)

(Allen verslagen.) Menschen, wat ik je bidden mag, blijf bedaard, een vreeselijke ramp is er over ons landje gekomen, (hij drinkt het glas leeg, allen dringen vreesachtig om hem heen).

Rubert (angstig).

Om Godswil, wat, Mijnheer Pastoor?

Pastoor (bevend).

Daareven is op het Gemeentehuis de tijding gebracht, dat alle jonge mannen onder de wapenen

Sluiten