Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jules.

Ik had er al in de stad over hooren mompelen, vage geruchten waren het toen nog. Tot ons vreedzaam dorpje leken ze nog niet te zijn doorgedrongen en ik had alle hoop, dat het geschil langs diplomatieken weg zou worden opgelost, zonder bloedvergieten.

Wouter (bitter).

Langs diplomatieken weg, och dacht je dat?

Neen, er moet bloed vloeien, warm, jong menschen-

bloed Wordt er gevraagd of je in ondertrouw

bent en je bruid wanhopig en diep rampzalig achterblijft, daar wordt niet aan gedacht?

Martha (angstig).

Om Godswil, Wouter, matig je zwijg toch!

Wouter (met klem).

Neen, een menschenleven meer of minder, wat komt dat er op aan? Ze willen den oorlog, dat is zoo door de staatshoofden, den jonkerkliek en de diplomaten beslist en wij — het volk — wij moeten geofferd worden. Wat komt het er voor ons op aan? We gaan morgen op 'n heerlijken Augustusdag met muziek naar de groote slachting.

Hoor! de klokken luiden de trommen roffelen vaarwel, allen, dien we liefhebben, vaarwel!

Op ten strijde voor Koning en Vaderland.

Pastoor (legt de hand op zijn schouders.)

Wouter, stil! 't Is vreeselijk mijn kinderen, maar God heeft het ons niet aangedaan.

Sluiten