Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veldwachter. Nou, dat moet je mij vertellen. ;

Babette (ongerust.) Ja, daar zou jij wat van weten.

Veldwachter. Maar daar gelaten, wat heb ik zoo pas 'n karwei gehad, van wat ben je me.

Allen.

Jij? Wat dan?

Veldwachter. Die ouwe Heuvelman van „Weltevreden" lag zoo pas dronken aan den waterkant. Met veel 'moeite hebben we hem opgenomen en bij Volders binnengedragen, die woonde daar 't dichst bij. Hij riep maar steeds: Woutertje, m'n Woutertje, waar ben je dan? Ze hebben me verteld dat je thuis waart en ik kan je nergens vinden. Hij huilde dronkemanstranen.

Babette (quasi medelijdend). Och, 't is toch om medelijden te hebben. Zoo'n arme oude man.

Rosalie.

Die Wouter is natuurlijk al lang dood, want er komt taal noch teeken van hem.

Veldwachter.

Dat weet je nog niet, het gaat soms vreemd toe. Nu, vandaag spant het -weer geducht, hoor. (staat op) Kom ik ga maar "weer verder op. Denk er om Geertemoei, je bent nu gewaarschuwd, versta je l

Sluiten