Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geert.

Laat dat nu maar aan mij over, kwade meid.

Rosalie (plagerig.)

Och zoo, ben ik nu een kwade meid en anders ben ik de deugd zelf, zou je alevel zeggen.

Dertiende Tooneel.

(Jules komt op, als militair gekleed, ziet er zeer slordig en armoedig uit. Om den linkerkant van zijn gezicht is een zwart verband, zijn rechterarm rust in een hangende doek. Verschrikt springen de vrouwen op, ze herkennen hem.)

Babetta.

Ben jij het, Jules Rubert? Zie ik dat goed?

Jules (somber.)

Ja, het rampzalig overschot, van wat eens Jules, de zoon van Rubert was (gaat zitten.) Ik kan niet meer blijven staan. Ik kom pas uit het hospitaal, doch ben nog niet goed genezen. Ik hield me groot, zei, dat ik geen pijn meer voelde. Toen lieten ze me gaan.

Babetta.

Rosalie, geef Jules 'n glas wijn, dat zal hem goed doen.

Jules (somber.) Bijna drie jaar ben ik in dien hel geweest, daar ginder, twee keer in het hospitaal gelegen, pas zoo'n beetje weer op gelapt, weer in het vuur, aan het vermoorden van uw evenmensch.

Sluiten