Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jef (woedend). Schamen? Dat moest zij zich doen, die slet (op Rosalie wijzend.)

Babette.

Zeg, wil jij je mond wel eens houden? Je behoeft mijn kind hier niet te beleedigen, dat duld ik niet. Wie geeft jou daar recht toe ? Is dat nu terug keeren f Jef.

Jelui konkelt met den vijand, dat zeggen ze allemaal op het dorp, is 't waar jongens of niet?

v Soldaten. Ja, ja, zeker!

Babette.

(Zet de handen in de zij en gaat voor de soldaten staan.) Zoo! Zeggen ze dat? Nu, dan kun je uit mijn naam vertellen, dat ze 't liegen, versta je! En nu maar gauw de deur uit, zulke opscheppers duld ik niet in m'n café.

Jef.

Terecht, je hebt andere gasten noodig, maar zij komt er zoo niet af, die valsche meid.

Rosalie (tartend).

Ik heb met jou niets te maken.

Jules (sussend).

Jef, om 's Hemels wil, houd je toch kalm, denk eens aan mij, het vreeselijke leed, dat mij is overkomen. Ongelukkig voor m'n heele verdere leven, want wat doe je met een oog en 'n stuk arm. Mijn vader en moeder dood, gestorven door verdriet en

Sluiten