Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jules (overredend).

Jef, wees toch verstandig, ga toch weg jongen, toe.

Jef (radeloos).

O God, o God! Rosalie! Ik hield zoo zielsveel van jou, dat je me zoo kunt behandelen. Altijd in de loopgraven, in het heetst van het gevecht had ik jou lieve beeld voor oogen. Altijd hoopte ik gespaard te blijven, om jou weer te zien en te mogen omhelzen. (8chreiend) In de stad kocht ik in de grootste

goudsmidswinkel een mooie ketting voor jou

nu behoeft het niet meer.... nu kan ik die weer mee nemen, je ben nu toch voor een ander. O, die ellendeling mij mijn meisje te ontnemen, (gaat, gevolgd door de soldaten af.)

Zsstïeside Tooneel.

Babetta.

Ba, ba, wat 'n lefschopper. Ik ben er heelemaal van in de war.

Jules.

Die arme kerel hield van Rosalie, hij is er kapot vanl

Rosalie (gedrukt.) Ik dacht dat hij gesneuveld was.

Babette (gaat voor Rosalie staan). Zoo! En is het waar wat ze zeggen, dat jij het eens bent met den vijand? Spreek op meid?

Rosalie (gemaakt luchtig). Och, wel neen moeder! Geloof toch al die praatjes niet. Ze zeggen ook, dat er hier wordt gesmokkeld.

Sluiten