Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeventiende Tooneel.

(Heuvelman komt op, hij is licht aangeschoten, vliegt op Jules toe.)

Wouter, mijn jongen, mijn lieveling, ben jij daar toch? O, wat 'n geluk. Nu zal ik het varken voor je slachten jongen, ik blijf voortaan bij je thuis. Ik kom nu niet weer in de kroeg maar.... zie je, het was ook zoo akelig daar alleen.... altijd alleen.

Jules (maakt zich los, tot Babette.)

Ik durf hem 't haast niet te zeggen, (tot Heuvelman.) Ik ben je zoon Wouter niet, Heuvelman 1 Herken je mij niet meer? Ik ben zijn vriend Jules Rubert..., ik zie er mooi uit hé? Kenmerken van den oorlog. Een oog, een arm. Ja, ja, dat zijn de naweeën van den strijd, den vroolijken frisschen strijd (lacht bitter).

Heuvelman (ontdaan.)

Ja, nu zie ik het. Je bent Wouter, mijn jongen niet.... Maar dat komt, jelui bent even groot, zie je, door die uniform was ik in de war. Arme jongen, weet je er van? Het vreeselijk ongeluk dat je getroffen heeft?

Jules (droevig.)

Ja, vader Heuvelman, ik heb daar ginds gezocht, maar niets gevonden, dan, puinhoopen. Alles weg! Vader en moeder dood, Greta en Triene naar Holland gevlucht en ik, verminkt voor mijn gansche leven.

Heuvelman.

Ja, ja Jules! Wat worden we zwaar beproefd. Maar zeg, waar is Wouter"? — Wat weet je van

Sluiten