Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jules.

Och, zoo nu en dan passeert er toch wel iemand.

Heuvelmans. Ga jij niet zitten, jongen?

Jules (gaat zitten). Ik moet eigenlijk nog even in de tuin kijken, maar kom, dat kan straks ook nog wel (hij stopt een pijpje)

Heuvelmans. O wat ben je toch dankbaar, Jules.

Jules (snel)

Kom, kom... daar spreken we niet over hé ? Als er één reden heeft tot dankbaarheid, dan moet ik het zijn. Heeft U mij, den armen verminkte, niet liefderijk in uw woning opgenomen? Verpleegd en gekoesterd.

Heuvelmans.

En heb jij me, in mijn zware ziekte, niet opgepast, alsof ik je eigen vader was? De boel hier laten opknappen, eten voor mij gekookt, de soep....

Jules.

Smaakte goed hé?

Heuvelmans. Een kok zou het je niet verbeteren.

Jules (bitter) ïk moest maar kok worden.

Heuvelmans (ontsteld) Jij? — Jules wou jij dan bij me weg? Neen jongen, toe ga niet heen, Jules.

Sluiten