Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heuvelmans (aangedaan.)

Ja, dank zij de trouwe verzorging van dien jongen, (wijst op Jules) mijnheer de Pastoor.

Jules.

En je ijzersterk gestel, vadertje.

Heuvelmans. Nu ja, maar als ik jou niet had, Jules. Pastoor.

Het verheugt me zeer, dat te hooren, Heuvelmans, het liet zich voor eenigen tijd heel treurig aanzien, gelukkig, dat je gespaard zijt gebleven.

Heuvelmans (droevig.)

Voor wie, mijnheer de Pastoor? Mijn vrouw is

dood mijn lieve jongen gevallen op het veld van

eer en, Jules wil ook nog weg gaan. Ik zou hem

zoo graag altijd bij me willen houden ik ben

zoo bang voor de eenzaamheid daardoor ben ik

'n kroeglooper geworden. Het werd me in dit groote huis, in die holle kamers dikwijls te benauwd. Ik zag de meubelen, ze herinnerden me aan vroegere gelukkige dagen, dat alles deed me denken aan m'n lieve dooden. Niemand sprak 'n woord tot mij, daardoor ontvluchtte ik de stilte. Ik moest menschen

zien menschenstemmen hooren. Ik ging naar

de kroeg, en ...

Pastoor (ernstig). En dronk daar meer, dan goed voor je was. Beloof me baas Heuvelmans, dat je niet weer tot die oude zonde zult vervallen. En jij, Jules, blijf bij hem!

Sluiten