Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jules.

Haar en de vorst, die met z'n soldaten meeleeft, als een broeder.

Pastoor (men hoort gerucht) Wat een leven is er toch, wat zou er te doen zijn?

Derde Tooneel.

(De middendeur wordt woest opengerukt. Rosalie verschijnt met hangende haren en ziet er angstig uit).

Rosalie (schreiend en handenwringend).

O, mijnheer de Pastoor, help me toch. Ze willen me vermoorden!

Pastoor (opstaand).

Bedaar, mijn kind, bedaar. Je bent heelemaal ontdaan, (krijgt 'n glas water en laat haar drinken). Hier drink eens en vertel me, wat je zoo van stuk heeft gemaakt.

Rosalie (drinkt, spreekt snel en opgewonden).

Daareven kwam ik Jef tegen ... hij was dronken ... ik wilde hem ontwijken... maar hij had me al gezien en riep: »Ha, daar is ze, die slet, die mannenverleidster» (snikkend) Ze moet er aan ... ze zal er aan ... vermoorden zal ik je ... toen ben ik hier in gevlucht. O mijnheer de Pastoor, verberg me toch, hij is hierin de buurt, ik durf niet meer naar moeder, hij wil me dooden.

Sluiten