Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZIJN EPOS.

Het jonge mensch werd ouder man

Al merkte hij daar weinig van.

Hij meende dat zijn grijze haren

Voorloopig maar zoo anders waren.

Dat hij wat overspannen was

Wanneer hij brilde als hij las.

Hij had toch zooveel groots te schrijven

Dat hij nog jaren jong moest blijven.

Hij wachtte op den Grooten Dag,

Dat hij zijn Epos voor zich zag.

Hij kon er weken lang van droomen:

De Groote Dag moest eenmaal komen;

Zijn meesterwerk: roman of lied,

Wat of 't was voorzag hij niet.

Maar eenmaal zou hij ze verbazen,

Die huichelaars en trotsche dwazen.

Hij zou gaan werken nacht en dag,

Tot alles neergeschreven lag.

Hij wachtte echter nog met schrijven,

Tot hij er rustig aan kon blijven.

Het leven was hem nog te breed,

Hij kende nog niet alle leed.

Hij moest nog veel meer ondervinden,

Nog veel meer praten met zijn vrinden,

Hij zocht nog naar de Groote Lijn,

Die in zijn Meesterwerk moest zijn.

Hij had van alles reeds verzonnen,

Wel duizendmaal was hij begonnen,

Maar, als hij voor zijn Epos zat,

En iets er aan geschreven had,

Besloot hij nog een poos te wachten

Tot regeling van zijn gedachten.

Hij zocht een uitvlucht voor zijn werk;

Zijn arbeidskracht was nog niet sterk;

Hij moest nog dieper in het Leven,

Voordat zijn Epos kon geschreven.

Het jonge-mensch werd ouder man En was nog heel veel groots van plan. Hij deed alsof hij 't niet merkte, Dat hij geen oogenblik meer werkte.

Zijn Meesterstuk, zoo fier en groot Zijn Epos: was zijn stille Dood.

Sluiten