Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAKING

Uit de sloppen en de krotten Walmt de stank der armoe aan. Uit de stegen en de kelders Kruipt het hongerpleps van daan. Vrouwen met vertobde lijven Drenzen bibberig voorbij, Kinderen met vale smoeltjes Sjokken geeuwend in de rij. Uitgeziekte, bleeke mannen Slenteren al vloekend mee In de benden sloome schooiers, In de kudden menschenvee. Langs de groote voedselwlnkels Gaan ze onverschillig heen, Net alsof die stapels eten Niets dan rommel zijn van steen; Allen zijn ze huns gelijken In ellende en verdriet, Als ze naar hun lijven kijken, Kennen ze elkander niet. Brave, volgegeten burgers Staren ze wantrouwend aan, Of er aangekleede stakkers Uit een drama langs ze gaan. _ Opgepronkte, zachte dames Fluisteren elkander toe: Dat die lui zich moesten schamen Voor hun armelijk gedoe.

Uit de sloppen en de krotten Komt iets vreeselijks van daan, Uit de stegen en de kelders Barst een hongeroproer aan.

Sluiten