Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„EEN MENSCH TOT Z1CH-ZELVE".

(Bïj zijn theelichtje Glimlachend in zijn zak-spiegelt je)

Je bent een heel gewone snuiter, Je doet geen kwaad en nimmer goed; Je liegt, wanneer de waarheid ergert, Je stelt je aan wanneer je moet! Je voelt je niets meer dan een ander, Al ben je nooit bedroefd geweest; Je gist zoowat dat je moet sterven, Je vindt het Leven dus een feest! Je houdt maar matig van je zelve, Je vindt je leelijk op je tijd; Je valt je naasten dus niet lastig Met elschende genegenheid! Je hebt een hekel aan je eigen Omdat jij je al jaren kent. Je hebt een hekel aan de menschen... Omdat je zelf zoo goed niet bent. Jij spreekt dus kwaad en vit op allen, Die niet in je gezelschap zijn... Maar als ze aan je tafel zitten Doe jij ze met je vleien pijn. Wanneer je hoort van dieverijen; Van echtbreuk, dronkenschap en kwaad, Dan voel jij je, als 't moest wezen, Daar ook wel even toe in staat! Wanneer je leest van kwaje zaken... Dan vindt jij dat zoo erg nog niet. Je deedt misschien precies liet zelfde Als men er je de kans toe liet!

Wanneer een boefje wordt veroordeeld Dan zeg je: „wacht, daar gaat er een!" Dan denk je lachend bij je eigen: ,iWat rol Ik daar weer goed doorheen!"

U is zoo slecht als leder ander En u bekent 't, als 't moet... Maar niemand wil uw biecht gelooven Omdat u nooit iets leelijks doet!

Sluiten