Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„JUDITH"

Brief van Z.Ed.achtbare aan zijne Vrouw.

Beminde Vrouw u zult wel schrikken Als u dit briefje van mij leest. Ik ben een ander mensch geworden Sinds ik bij Judith ben geweest. Ik voel mij heel wat liberaler, Al bleef ik even kuisch en rein. Ik vind dat onbedekte koonen Nu niet meer zoo onzedig zijn.

Er kwamen lieve meisjes dansen Het was geen polka en geen wals. Ze droegen nog al korte rokjes En liepen met een bloote hals. Bij ons in Brabant, zou ik meenen Heeft zoo'n vertooning niets geen zin. Dat naakte zou ze maar bederven, Ze zoeken schuinigheid er in.

Die Judith is een aaridg schepsel Een meisje uit Jeruzalem, Dat Holofornes ging bedaren Met hare oogen en haar stem. Ze maakt hem eerst verliefd en dronken; Dan haalt ze uit haar pon een dolk; Ze hakt zijn hoofd af om een hoekje En redt daardoor het Joodsche volk.

Ik zat te rillen en te beven

Toen Judith hem bestraffen ging.

Ze bracht het hoofd mee in een doekje

En groosde met dat enge ding.

Als dat bij ons nog mocht gebeuren

En ik zoo'n Judith maar eens had...

Dan kon ze heel wat koppen snellen

In onze 'diep verdorven stad.

Het is een zedige vertooning En alles netjes wat je ziet. Ze vrijen, zonder dat ze zoenen, Hoe of dat kan begrijp ik niet.

Sluiten