Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LOFLIED OP DEN HOLLANDSCHEN AARDAPPEL.

O aardappel, blommige pieper,

Waar zit je nou kruimige schat.

We hebben voor dagen en weken

Al zure gezichten gehad.

We hebben in schuren en kelders

Al vloekende naar je gezocht,

Zeg wil je „kartoffel" gaan heeten

En ben je aan Duitschland verkocht?

O aardappel, blommige pieper, We knabbelen jou toch zoo graag. We willen je koken en bakken Jij moet in een Hollandsche maag. In Holland daar ben je geboren, Je hoort bij ons Hollandsche maal, Laat jij je nou mobiliseeren? Zeg, aardappel houd je neutraal!

O aardappel, blommige pieper, Aan jou krijgt een ieder de pee. Je lijkt wel een dikke owejer, Je knoeit maar met iedereen mee. Er wordt hier zoo'n honger geleden, Heb medelij met ons getob; Zeg lig je misschien te bederven, Of eten de varkens je op? O aardappel, blommige pieper, Al kijk je ook scheel uit de pot, Al ben je wat nattig en glazig, We lasten je toch als 't mot; We sloegen om jou maar te krijgen Elkander van nijd bijna dood, En maakten het Kamerlid Teenstra Minister van aardappelnood. O aardappel, blommige pieper, Spring jij niet van nijd uit je vel, Je krijgt nog de aardappelziekte En gaat naar de aardappelhel. Als jij met je laat speculeerenn, Dan doe je iets wat je niet mag... O aardappel, duvelsche pieper, Blijf hier, of we leggen beslag.

Sluiten