Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLACHT VAN DIK PUKKIE, EEN ROTTERDAMSCH HONDJE

Ik ben een vet en mollig Pukkie, Ik ben aan alle kanten rond. Wanneer ik omval blijf ik liggen, Mijn buikje raakt kaast aan den grond. Ik durf van angst niet meer te eten, Ik ben van overspanning ziek. Ik heb de meid laatst hooren zeggen: „Een malsche voor de worstfabrlek!"

Ik beef als ik word uitgelaten Om met permissie iets te doen, Wat ik daar boven in de kamer Moet laten voor mijn goed fatsoen. Dan komt er zoo een hondenslager Die mij voor zijn negotie schaakt, Die van mijn vette, bolle lijfie Een meter leverbeuling maakt.

Al is begraven niet plezierig,

Al is het dood-gaan ook geen pret.

In plaats.van zure zult te worden

Ben ik nog liever opgezet.

Al heb ik wel eens kwaad bedreven

Al stal ik wel eens hier en daar

De straf om runderworst te worden

Is voor een Christenhondje, zwaar.

Ik snap geen steek meer van 't menschdom

Hoe of 't van ons eten kan,

Want wat wij honden zelfs versmaden

Daar smullen zij nog lekker van.

Ik dank ze voor zoo'n hondenboutje

Al is 't nog zoo fijn bereid

Ik lust niet eens een menschenbeefsteak

Al is ie van mijn keukenmeid.

En als ik toch geslacht moet worden En in een menschen-maag moet gaan Dan wil ik dat ze me behand'len Zooals in China wordt gedaan.

Krekelzangen.

Sluiten