Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als gezworen\kameraden,

Zijti ze toen op stap gegaan

Oome keek op straat de dames, Wel iets meer dan vluchtig aan.

„Neef, lust jij misschien 'n biertje?" „Oom dat Is een nobel plan!" „Hè, die Jaarbeurs maakt me dorstig, Neef, begrijp jij hoe dat kan? Was 't eten niet te hartig, Weet je wel, die eendebout?" „Oom 't zat niet in 't eten, Maar die borrel was zoo zout!"

Na de biertjes kwam weer pan je, Na de panje kwam de dans. Na de dans zong oome Jacob, Stoute liedjes in het Fransch. Daarna kwam een strenge diender, Alles werd op straat gezet. Oome Jaap bracht toen zijn neeffe, En de neef zijn oom naar bed.

Toen oom Jacob, met een kater, 's Morgens aan zijn haring zat, Kwam een telegram van Tante, Hoe of oom geslapen had. Oome seinde toen aan Tantje: „Heb maar meelij met je man, Heel die Jaarbeurs, lieve kindje, Is een drooge, flauwe pan!"

Sluiten