Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET SPOORWEGONGELUK

Bedankje van 'n gekwetste aan de Koningin

Majesteit, ik kom bedanken,

Voor wat jo/ u hebt gedaan,

Toen de trein onlangs bij Houten,

Van het spoor is afgegaan.

Ik ben een van de gekwetsten,

Iemand uit 'de derde klas,

Die u, met uw eigen handen,

Dad'lijk aan 't helpen was.

Vroeger kende ik u enkel, Van een kleine aanzichtkaart, Ik vond u een fijne dame, Op dat groote, zwarte paard. Maar nou a, om mee te helpen, Dichter bij me komen wou, Vind ik u, met uw permissie, Een kordate, beste vrouw.

Wie had dat nou kunnen denken, Dat daar onze Willemien, Eleelemadt niet van d'r zelve, Naar zoo'n vent als i'i kwam zien? Nooit kan ik 't u vergelden, Ik ben kermis-goochelaar, Als u mij mocht noodig nebben, Majesteit, dan roept u maar!

Toen ik aan m'n vrouw vertelde, Van die gaten in mijn kop, Vroeg ze: „Heb-ie weer gevochten, Had-je weer 'n borrel op?" Maar als haar was overkomme', Wat of u hebt uitgestaan, Was ze door de bibberatie, Van d'r stokkie afgegaan.

En nou eindig ik m'n briefie, Nog 's: „Dank u Majesteit"^~ U moet wel de groeten hebben, Van m'n vrouw en van de meid.

Sluiten