Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN TELEURGESTELDE OWEJER.

Negen honderd duizend gulden Had hij, in een maand of acht, Met zijn uien — speculaties Handig bij elkaar gebracht. Alles wat zijn hart begeerde Had hij nu in overvloed: Gouden tanden, zes pyjama's Ringen en een hoogen hoed.

Drie verbazend dure auto's, Had hij tegelijk gekocht, Drie chauffeurs met mooie snorren Had hij daarbij uitgezocht. Eén om naar kantoor te rijden, Eén, om 's avonds uit te gaan, Eén, om als hij thuis wou blijven, Keurig voor de deur te staan.

Als hij wat muziek wou maken, Had hij zijn Orkestrion, Wachner, Mozart, Billie Ritste Speelde hij in het salon. Voor zijn vrouw kocht hij een orgel En een speeldoos voor zijn zoon. Voor de meid een pianola Voor den knecht een gramafoon.

Kivietseieren met oesters, Chocola met kaviaar; Kreeften met vanille-pudding, Alles at hij door elkaar. Toen hij flauw viel van 't schrokken En er een professor kwam: Mocht hij voortaan niets meer eten Dan een oorlogsboterham.

Toen hij op zijn landgoed woonde, Toen hij reisde eerste klas, Toen hij niemand meer herkende En bijna van adel was...

Sluiten