Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN HET NEDERLANDSCHE VARKEN

Varken met uw karbonaden Met uw fraai doorregen spek, Met uw hoofdkaas en uw worsten En uw goedvoorziene nek, Met uw ooren en uw pooien, Met uw rolpens op azijn, Met uw nieren en uw lever, Ach, waar toeft ge zwierig zwijn?

Varken, vetrijk, vroolijk varken,

Wordt ge klandestien geslacht

Wordt ge in een kinderwagen

Naar de klanten toegebracht?

Ziet, daar fietst de onderwijzer

Deftig langs den waterkant.

Oogenschijnlijk gaat hij visschen,

Bij de boeren op het land.

Als hij straks weer huiswaarts peddelt

Is hij leutig en teyrêe

Want dan voert hij in zijn kanus

Ham in plaats van sprotjes mee.

Ach, waar is de'tijd gebleven Dat men uwe lappen at, Dat men erwtensoep met kluiven, Zoo maar voor het grijpen had? Vroeger scholdt men om uw knorren U voor schuinsmarcheerder uit Tegenwoordig klinkt uw snorken Als een bariton-geluid. Vroeger leefden arme slokkers Van uw spek op roggebrood. Tegenwoordig smullen Vorsten Van uw voor- of achterpoot. Kijk eens in uw slagerswinkel Zondag-rustig is het daar, Op het hakblok ligt uw vleeschmes Vlijmscherp voor uw buikje klaar. Maar helaas, het rust In vrede Na de laatste varkensmoord En de rappe worstmachine Brengt slechts hondenlekkers voort.

Sluiten