Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet om het sterven van de zon, en het heengaan van den zomer, — want de zang van den stralenden dag is luid van blijdschap en blank van klank; niet om het kwijnen van 't lied der vogelen en de stemmen dermenschen, want ze zijn als de bruidjes in 't wit en de mannen in 't zwart, stappend — een statige stoet — door de straten des, levens, bloemen strooiend en liederen neuriënd, vlaggen zwaaiend en fanfares blazend.

Maar om de klare openheid van zijn binnenste bij die stilte en die omgeving van weemoed, wijl nu het zachtste gefluister nog echos wakker maakte in weinig vermoede verte, — maar om het zuiver gevoel, dat uit een sluimer leek te ontwaken en voorzichtig de dunne, witte vingeren voelend uitspreidt naar het rag-fijne leven van begeerten, en ze, o zoo teer, omsluit met levende liefde.

Dat het ook altijd herfst moest wezen, om het gemis van den zomer te voelen!

*

Sinds dien dag en dien avond ging zijn oude leven, duidelijker nu, zijn geest voorbij.

Zag hij nu nog eens den dwaze, die durfde beweren: daar leeren ze geen kwaad, daar zijn ze altijd zedig en even veilig als bij vader en moeder thuis! Daar leeren ze de waarde der schoonheid en den schat der wijsheid kennen ; daar gaan de geesten open voor ruimere gezichten en andere verbeeldingen, als die gij bedoelt, duiken op in hun jonge, nog frissche hoofden, en gaan voorbij, als stoeten van mannen en vrouwen, die groot werden en

Sluiten