Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hij las. Eerst vol bewondering, verbaasd. Ingetogen luisterde hij naar dien zuiveren klank van taal, naar den helderen val van woorden op woorden, naar het regelmatig ruischend spel van stijgen en kwijnen in geluid, van lager en luider stem.

Hij zat stil met het'boek gesloten: het zong als een gong nog na in zijn hoofd...

Hij proefde de zachte zinnen als het rijpe weeke vleesch van perziken. Hij las... 't Was altijd eender... een mooi geluid, maar de betoovering verdween.

Hij las en het leek vervelend op den duur. Blad na blad keerde hij om: altijd dezelfde, eendere stem, een stil vertellende, meelijdend-zoete stem. Het verhaal van een liefde, die edeler leek dan duizend die hij gelezen had, — die rein was als een opgetogen, omhoog geheven gelaat in gebed, waarover het gedempte licht valt van hooge, kleurige kerkramen.

En toch gaf het geen troost, al trok het aan.

Was dat het hoogste ?... Voor een mensch ? Niet voor een lichaam, maar een mensch, want al wilde hij het zelf ook niet, het moest en kon niet anders, daar zat meer in dat domme leven dan een bonk vleesch en wat bloed.

Want die diepten dan daarbinnen! Die begeerten, dat altijd vragen en klagen om meer, meer!

De schoonheid van den schijn glansde uit dat boek tegen, een gouden schijn, een kostbaren, maar de schijn van den waan.

En dat ijdele ding leek heel mooi speelgoed voor kin-

Sluiten