Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze wachtte.

En met de dagen, dat hij wegbleef, voelde ze onwillekeurig meer van hetgeen ze zeiden, 't Moest maar eens zijn! flitste 't in haar op. Maar aanstonds dwong ze die gedachte neer en wilde ze binder zijn dan ooit: hoe meer zij wachtte des te spoediger zou hij komen!

Tpch voelde ze een vreemde behoefte om meer dan ooit te zijn bij zijn moeder, om daar te zitten praten, over hem, om daar gesterkt te worden door *t vertrouwen van die vrouw. Zijn moeder kende hem immers beter dan iemand anders.

En zij wilde niet begrijpen wat voor droefheid er hing om die vrouw, want ook zij, zij had die praatjes gehoord. Zij had ze niet geloofd, maar bezorgd, als ze was, vroeg ze in stil vertrouwen verder na... Het scheen waar te zijn... Ze leed, verborg haar smarten voor dat kind... later, later kwam het lijden toch nog te vroeg.

Het werd October, laat October!...

Tilde ging naar zijn moeder, want die had tijding gehad, dat hij kwam. Ze kreeg geen achterdocht, wel spijt, dat hij haar niet had geschreven, nooit meer den laatsten tijd. Maar dat was ook niet noodig, hij wist immers dat ze dikwijls bij moeder kwam, dat ze 'thooren zou, zij eerst.

Daar was vreugde in haar; hij zou1 komen vandaag uit den vreemde naar huis, en dan... Ze zag niet de donkere lucht met de dreigende wolken, ze hoorde niet het jammerend roepen van den wind: Oooo!!

Sluiten