Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze zag alleen de vlam-roode en bions bruine eiken; ze hoorde alleen het brooze kraken van blaren onder haar voeten, die als een kleurig tapijt voor haar leken gestrooid. Ze voelde alleen, hoe de wind frisch langs haar wangen woei en speelde met haar haren... Ze had neiging hardop te lachen in den wind... Samen zaten ze te wachten...

Hij zou komen... Maar 't was nog ver van den trein, anderhalf uur!... Tilde werd onrustig, toen de avond viel. Gedurig stond ze op van haar plaats aan tafel, ging naar het raam, schoof het kanten gordijntje een weinig op zij en keek, of daar niet iemand kwam. Het werd duister op den weg...

Moeder keek meer bedroefd dan blij.

Ze was heimelijk bang voor die thuiskomst, na alles, wat zij gehoord had. Ze trachtte Tilde te bewegen naar huis te gaan, het werd misschien wel laat,... dan kon ze morgen komen,... daar kwamen toch nog meer dagen na vandaag, trachtte ze te lachen... Maar Tilde bleef.

Ze zaten in het donker en wachtten... Zoo zat Tilde t liefst, zei ze. Als hij dan kwam, zou ze gauw de lamp aansteken, dacht ze...

Moeder was stil.

— Laten we de lamp opsteken kind, zei ze, 't duurt te lang.

Toen, een weinig daarna hoorden ze buiten lawaai... ze hoorden roepen, ze hoorden stappen. Tilde vloog op: daar was hij. Ze schikte aan haar verwaaide haren, streek haar schort glad.

Sluiten