Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontdaan lag de toekomst in haar ziel. De laatste mooie gedachten van geluk leken rond te wielen als dorre bladeren en neer te vallen in een stillen hoek, om daar te vergaan.

Dood en dor stond daar haar leven, als een leeggebrande kathedraal. En nog behield ze hoop!... Hij zou komen morgen, alles verklaren. Hij zou haar zeggen, wat er waar was van hetgeen ze zeiden. Haar vragen, dezen keer te vergeten, zijn geluk... de blijdschap om zijn thuiskomst nu was zoo groot!... Vrienden waren met hem meegekomen. Die wisten zijn plannen.

Ze wachtte den morgen, ze wachtte den middag tot den avond. Tot het donker werd, daar kwam niemand.

Het was gedaan!

Als donkere wolken stormden droevige gedachten boven haar leven, jagend en dreigend. Daar zouden geen dagen meer komen vol zon, geen zomer, dacht ze. En lang, heel lang hing boven haar jeugd een teere, weeke schijn, als van de zon in den herfst.

Want zij was bedroefd om den dood van den zomer.

En buiten stonden de boomen, ernstig en koel, en hieven zwijgend hun takken omhoog in storm en in regen, want eens zou de lente weer komen!

Sluiten